“Ze kunnen het toch gewoon legaliseren”, wanneer dat argument opgaat en wanneer niet
Een ondernemer huurt een bedrijfspand op een bedrijventerrein en begint daar een dansschool. Ruim een jaar later moet die weer dicht.
Het is een zin die in bijna elk conflict met de gemeente een keer valt. Je buurman heeft iets gebouwd dat niet mag, je vraagt de gemeente om op te treden, en het antwoord luidt: dat gaan we niet doen, want het is te legaliseren. Of andersom: jíj krijgt een dwangsom, en jij zegt het.
Dat argument heeft een naam: concreet zicht op legalisatie. Het bestaat echt, en het werkt soms. Maar veel minder vaak dan mensen denken. Een uitspraak van de rechtbank Den Haag van 10 juli 2026 laat precies zien waar de grens ligt (ECLI:NL:RBDHA:2026:19406).
Wat er gebeurde
In juni 2025 komt een toezichthouder van de gemeente Nieuwkoop langs bij een bedrijfspand. Hij ziet dat er een dansschool in zit. Dat mag daar niet: op het perceel geldt de bestemming "Bedrijventerrein", en in de bijbehorende Lijst van bedrijfsactiviteiten komt een dansschool niet voor.
De gemeente stuurt een brief: stop binnen zes weken. Bij een hercontrole in augustus danst iedereen nog gewoon door. In oktober 2025 volgt de dwangsom: 1.500 euro per week, met een maximum van 15.000 euro. De dansschool moet uiterlijk 30 augustus 2026 dicht.
Ze maakt bezwaar. Dat wordt afgewezen. Vervolgens stapt ze naar de rechter en vraagt tegelijk om een spoedmaatregel. Op 10 juli 2026 doet de voorzieningenrechter uitspraak: het beroep is ongegrond. De dwangsom blijft staan.
Eerst: is er wel een overtreding?
De ondernemer voert aan dat de lijst met toegestane bedrijven niet dichtgetimmerd is. In de planregels staat "zoals genoemd in de Lijst van bedrijfsactiviteiten" — volgens haar een voorbeeld, geen limitatieve opsomming. Dat een dansschool er niet in staat, betekent dan niet dat het verboden is.
De rechter volgt haar niet. "Zoals genoemd" duidt juist op een gesloten lijst. Staat het er niet in, dan mag het er niet. Dus: overtreding.
Ze wijst nog op twee dingen. Er zou in 2021 een vergunning zijn verleend waarin een dansschool past — maar die vergunning heeft ze niet overgelegd, en volgens de gemeente ging die over industrie en kantoor. En er zou een raadsbesluit uit 2013 zijn waarin een dansschool wél is toegevoegd — maar dat besluit ging over een ánder bestemmingsplan, voor een ander gebied. Daar kun je geen vertrouwen aan ontlenen.
De hoofdregel: de gemeente móét in principe optreden
Zodra vaststaat dat er een overtreding is, komt de beginselplicht tot handhaving in beeld. Die komt hierop neer: het algemeen belang is gediend met handhaving, dus in de regel moet de gemeente optreden.
Daarop bestaan uitzonderingen, maar die zijn smal. Alleen als er in een concreet geval omstandigheden meespelen die zwaarder wegen dan het belang van handhaving, mag de gemeente ervan afzien. Concreet zicht op legalisatie is zo'n omstandigheid. Schending van het gelijkheidsbeginsel of het vertrouwensbeginsel kan het ook zijn.
Hoe streng is "concreet zicht op legalisatie"?
Strenger dan je zou denken. De rechter vat de vaste lijn zo samen:
Voor het oordeel dat geen concreet zicht op legalisatie bestaat, volstaat in beginsel het enkele feit dat het college niet bereid is om een omgevingsvergunning voor afwijking van het omgevingsplan te verlenen.
Lees die zin nog eens. Als de gemeente zegt "wij willen hier niet aan meewerken", is dat op zichzelf al genoeg om te concluderen dat er géén concreet zicht op legalisatie is. Alleen in uitzonderlijke gevallen ligt dat anders: als op voorhand duidelijk is dat die weigering juridisch onhoudbaar is. En de rechter toetst zo'n weigering maar heel terughoudend.
In deze zaak strandde het argument nog eerder. De ondernemer had op het moment van het besluit namelijk helemaal geen aanvraag ingediend voor een vergunning die de situatie zou legaliseren. Zonder aanvraag valt er weinig te legaliseren.
Wat "concreet zicht" dus praktisch betekent: er ligt een aanvraag, én de gemeente is bereid mee te werken. Een theoretische mogelijkheid dat het ooit vergund zou kunnen worden, is niet genoeg.
En de andere twee argumenten?
Het gelijkheidsbeginsel. Op het bedrijventerrein ernaast is een dansschool wél toegestaan, luidt het betoog. Klopt, zegt de rechter, maar daar geldt een ander bestemmingsplan waarin een dansschool uitdrukkelijk is opgenomen. Andere regels, dus geen gelijke gevallen.
De evenredigheid. Verhuizen kost 135.000 euro aan doorlopende huur en gedane investeringen, en een andere geschikte locatie is er niet. Dat is fors. Toch weegt het niet op. De gemeente wijst op circa 350 bezoekers per week op een bedrijventerrein en op de verkeersveiligheid van vooral jonge kinderen. Dat is geen overtreding van geringe aard en ernst.
De rechter voegt er een overweging aan toe die het scherpst is van de hele uitspraak: dat de ondernemer financieel geraakt wordt, is een risico dat voor haar eigen rekening komt — want zij is zonder de vereiste vergunning begonnen.
Wat dit betekent voor een burenconflict
De situatie hierboven gaat over een dansschool, maar de redenering is dezelfde als jouw buurman zonder vergunning een schuur, aanbouw of dakterras heeft neergezet.
Wijst de gemeente je handhavingsverzoek af met "het is te legaliseren"? Stel dan twee vragen. Is er een vergunningaanvraag ingediend? En heeft de gemeente schriftelijk laten weten dat ze bereid is mee te werken? Ontbreekt één van beide, dan is er volgens de vaste lijn geen concreet zicht op legalisatie, en geldt de hoofdregel dat er wél opgetreden moet worden.
Krijg je zelf een dwangsom en denk je dat legalisatie mogelijk is? Dien de aanvraag dan in. Zolang die er niet ligt, is het argument in een procedure vrijwel kansloos.
Reken niet op het gelijkheidsbeginsel als de buurt onder een ander plan valt. Twee percelen die naast elkaar liggen kunnen onder verschillende regels vallen. Controleer eerst welk omgevingsplan voor jouw perceel geldt.
Begin niet met bouwen of gebruiken voordat het rond is. Investeringen die je doet zonder vergunning tellen bij de rechter nauwelijks mee. Dat risico ligt bij degene die begon.
Tot slot
"Ze kunnen het toch gewoon legaliseren" is geen juridisch argument zolang er niets is aangevraagd en niemand heeft toegezegd mee te werken. Zodra dat er wél ligt, verandert het gesprek. Dat verschil is het hele verschil.
Lees hier de hele uitspraak: ECLI:NL:RBDHA:2026:19406: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:19406
De informatie op Grensgids is algemeen van aard en is geen juridisch advies. Gaat het om een eigen situatie? Leg die dan voor aan een advocaat of juridisch adviseur.
Wil je zelf beoordelen of een afwijzing van de gemeente hout snijdt? De cursus van Grensgids behandelt de beginselplicht tot handhaving, de uitzonderingen daarop en hoe je een handhavingsverzoek opstelt dat wél wordt opgepakt. Kijk op grensgids.com.
Bron: ECLI:NL:RBDHA:2026:19406 (www.rechtspraak.nl).
