Zestien maanden bijgehouden dat de buren roken en toch geen rookverbod
BurenrechtOverlast

Zestien maanden bijgehouden dat de buren roken en toch geen rookverbod

Een echtpaar in een hoekhuis heeft al sinds 2017 last van de sigarettenrook uit de tuin ernaast. Ze houden jarenlang een logboek bij en meten dagelijks fijnstof. In 2025 vragen ze de rechter om een rookverbod. Dat krijgen ze niet maar op één punt krijgen ze in hoger beroep wel gelijk.

De achtertuinen van de twee stellen grenzen aan elkaar. Vanaf 2017 spreken de bewoners van het hoekhuis hun buren meerdere keren mondeling aan op de stank en de rook van hun sigaretten en e-sigaretten. Vanaf 2020 doen ze dat ook schriftelijk.

In juli 2023 stuurt hun advocaat een brief met het verzoek de overlast definitief te beëindigen. In augustus 2024 volgt een tweede brief. De buren antwoorden dat zij niet onrechtmatig handelen en geven geen gevolg aan de sommaties.

Het kort geding

In augustus 2025 begint het echtpaar een kort geding. Ze vragen de voorzieningenrechter om de buren te verbieden te roken in hun tuin, in hun woning met open ramen of deuren, en binnen een straal van honderd meter van hun eigen woning op straffe van een dwangsom.

Op 25 augustus 2025 wijst de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Holland de vordering af. Twee redenen: er is geen spoedeisend belang, want er is sinds 2017 geklaagd maar pas in 2025 geprocedeerd. En het echtpaar maakt volgens de voorzieningenrechter misbruik van procesrecht. Om die tweede reden moeten zij een hogere proceskostenveroordeling betalen: 3.831 euro.

Ze gaan in hoger beroep en beperken hun eis: geen honderd meter meer, maar 8,5 meter vanaf hun gevel. Op 16 juni 2026 doet het Gerechtshof Amsterdam uitspraak (ECLI:NL:GHAMS:2026:1655).

Eerst: wat voor uitspraak is dit?

Dit is een kort geding, in hoger beroep. Dat betekent dat het hof een voorlopig oordeel geeft over een spoedmaatregel. Er is hier dus geen definitief oordeel gegeven over de vraag of het roken onrechtmatig is. Een bodemprocedure - de gewone, uitgebreide procedure - staat nog open. Het hof zegt dat ook met zoveel woorden.

Waarom het hof terughoudend is

Het hof begint bij de aard van wat er wordt gevraagd. Een rookverbod voor mensen in hun eigen tuin grijpt naar zijn aard diep in in hun privé-sfeer en hun vrijheid. Bij zo'n verstrekkende maatregel past terughoudendheid.

Daarom kijkt het hof eerst of het aannemelijk is dat de vordering het in een bodemprocedure zou halen. Is dat niet zo, dan wordt spoedeisendheid niet snel aangenomen.

Wat de eigen metingen lieten zien

De buren stelden dat er nog maar incidenteel in hun tuin wordt gerookt: een van hen is in december 2024 helemaal gestopt, de ander rookt af en toe. Het echtpaar sprak dat tegen.

Maar dan komt het hof bij de cijfers die het echtpaar zelf had aangeleverd. Uit hun logboeken en hun fijnstofmeter blijkt dat zij tussen januari 2025 en april 2026 (zestien maanden) op 48 dagen een rookmoment hebben waargenomen. Dat is gemiddeld drie dagen per maand.

Dat aantal is zo gering, oordeelt het hof, dat de hinder naar objectieve maatstaven zeer beperkt is in aard, ernst en duur. Ook als je aanneemt dat het echtpaar er wel degelijk last van heeft.

En dan het meetapparaat zelf

De buren betwistten de metingen gemotiveerd, met drie concrete argumenten:

  • Een fijnstofmeter kan geen onderscheid maken tussen sigarettenrook en andere bronnen van fijnstof.

  • Met eigen metingen lieten ze zien dat de meter meerdere keren rook registreerde op momenten dat er niet werd gerookt.

  • De meter gaf soms langdurig achter elkaar de waarde “0” aan. Dat kan niet, want er zit altijd fijnstof in de lucht, ook als niemand rookt.

Het echtpaar weersprak geen van deze punten voldoende. Voor het hof is dat op zijn minst een sterke aanwijzing dat de metingen niet nauwkeurig genoeg zijn om er rookmomenten mee vast te stellen.

Ook het verband met hun gezondheidsklachten komt niet vast te staan. De overgelegde medische informatie is te algemeen: daaruit volgt niet dat de klachten door dit roken zijn veroorzaakt of verergerd. Bovendien staat vast dat zulke klachten veel andere oorzaken kunnen hebben.

Acht jaar klagen, en dan pas procederen

Daar komt het tijdsverloop bij. Het echtpaar voerde aan dat het niet had stilgezeten: het had die jaren gebruikt om een dossier op te bouwen en er samen uit te komen.

Het hof volgt dat niet. Ze spraken de buren al vanaf 2017 aan, hielden vanaf 2018 een logboek bij en deden vanaf januari 2023 dagelijkse fijnstofmetingen. Alle feiten waarop de vordering berust, speelden dus al jaren vóór de dagvaarding. Waarom het in augustus 2025 ineens spoedeisend was, is niet voldoende aannemelijk gemaakt.

Maar: geen misbruik van procesrecht

Op dit punt krijgt het echtpaar wél gelijk, en dat is de tweede helft van deze uitspraak.

Misbruik van procesrecht is er pas als iemand een vordering instelt die zo evident ongegrond is dat hij die achterwege had moeten laten omdat hij wist of moest weten dat de feiten niet klopten, of dat zijn stellingen geen kans maakten. De drempel ligt hoog, juist omdat het recht op toegang tot de rechter wordt beschermd door artikel 6 van het EVRM.

Die drempel is hier niet gehaald. Het echtpaar had wel degelijk stellingen aangevoerd over het spoedeisend belang en over het gedrag waar het last van zei te hebben. En de keuze om juist déze buren te dagvaarden was niet willekeurig: hun hoekhuis heeft maar één tuin die er rechtstreeks aan grenst, en dat is die van deze buren. Wat daar gebeurt, heeft dus meer invloed op hen dan wat verderop in de wijk gebeurt.

Kortom: dat een vordering wordt afgewezen, betekent niet dat het misbruik was om hem in te stellen. Het hof vernietigt de hogere kostenveroordeling en brengt de proceskosten in eerste aanleg terug van 3.831 euro naar 1.616 euro.

De afloop

Het rookverbod blijft afgewezen. De proceskosten van de eerste procedure gaan omlaag, maar het echtpaar betaalt wel de kosten van het hoger beroep: 362 euro aan verschotten en 3.225 euro aan salaris.

Wat je hiervan kunt leren

Een logboek is zoveel waard als de methode erachter. Zestien maanden bijhouden is serieus werk. Maar hier werd het tegen het echtpaar gebruikt, omdat het uitkwam op drie dagen per maand.

Een fijnstofmeter wijst geen bron aan. Hij meet deeltjes, niet wie ze heeft veroorzaakt. Wil je een bron aantonen, dan heb je een methode nodig die dat onderscheid wél kan maken.

Wachten kan je het spoedeisend belang kosten. Een kort geding is bedoeld voor situaties die geen uitstel dulden. Wie jaren dossier opbouwt, ondergraaft daarmee het argument dat het nu ineens niet kan wachten.

Voor een structureel geschil is de bodemprocedure de route. Die is trager, maar er is ruimte voor bewijs, deskundigen en een definitief oordeel.

Hoe verder een maatregel ingrijpt, hoe meer je moet aantonen. Een verbod op roken in iemands eigen tuin raakt zijn privéleven. Rechters zijn daar terughoudend in.

Gezondheidsschade vraagt om specifieke onderbouwing. Algemene informatie over de schadelijkheid van meeroken is niet hetzelfde als bewijs dat jouw klachten hierdoor zijn ontstaan of verergerd.

Verliezen is geen misbruik maken. Word je verweten dat je onterecht procedeert, dan is de drempel voor dat verwijt hoog en een afgewezen vordering haalt die drempel op zichzelf niet.

Waarom vertel ik dit?

Omdat rookoverlast een onderwerp is waar mensen zich machteloos bij voelen, en deze uitspraak makkelijk te lezen is als “roken in de tuin mag altijd”. Dat staat er niet.

Er staat dat dít verzoek, met dít bewijs, op dít moment en in dít type procedure niet is toegewezen. De frequentie was laag, de meetmethode kon de bron niet isoleren, het verband met de gezondheidsklachten was niet onderbouwd en er was jaren gewacht. Elk van die vier punten is iets waar je vooraf iets aan kunt doen.

En er staat nog iets, wat in de samenvattingen vaak wegvalt: de rechter mag je niet verwijten dat je bent gaan procederen alleen omdat je verliest. Dat het hof dat oordeel terugdraaide, is voor iedereen die twijfelt of hij naar de rechter durft te stappen minstens zo belangrijk als de afwijzing zelf.

Lees hier de hele uitspraak: ECLI:NL:GHAMS:2026:1655: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHAMS:2026:1655

De informatie op Grensgids is algemeen van aard en is geen juridisch advies. Gaat het om een eigen situatie? Zoek een adviseur.

Wil je weten hoe je overlast vastlegt op een manier waar een rechter iets mee kan? De cursus van Grensgids behandelt het opbouwen van een dossier: wat je noteert, welke meting wel en niet bruikbaar is, en op welk moment je van praten naar procederen gaat. Kijk op grensgids.com.

rookoverlaststankoverlasttuinkort gedingspoedeisend belangartikel 5:37 BWonrechtmatige hindermisbruik van procesrechtbewijsECLI:NL:GHAMS:2026:1655
Deel dit artikel: