Bomen planten op je eigen grond? Toch moesten deze zeventien bomen weg
Een grondeigenaar krijgt een brief van de gemeente: de zeventien bomen op zijn perceel moeten weg. Daar hadden omwonenden om gevraagd, omdat de bomen het uitzicht over de open polder wegnemen. Zes jaar later staat vast dat zij gelijk krijgen.
De bomen staan er sinds januari 2020. Het perceel heeft in het bestemmingsplan de bestemming "Agrarisch gebied met waarden", met de aanduiding "openheid". De planregels verbieden om gronden met die aanduiding te bebossen of anderszins te beplanten met houtopstanden, tenzij je daarvoor een vergunning hebt.
Eén detail dat makkelijk wegvalt: de bomen zijn geplant door twee mensen die het perceel gebruiken, maar de gemeente richt zich tot de eigenaar. Hij krijgt de last onder dwangsom, van 5.000 euro ineens, om de bomen te verwijderen en verwijderd te houden.
Zes jaar heen en weer
De eigenaar maakt bezwaar en krijgt gelijk: de gemeente trekt haar eigen besluit in. Daar nemen de omwonenden geen genoegen mee. Zij gaan in beroep en de rechtbank vernietigt de intrekking, met de opdracht om opnieuw op het bezwaar te beslissen.
De eigenaar gaat in hoger beroep. De gemeente neemt intussen een nieuw besluit: het bezwaar is ongegrond en er komt opnieuw een last onder dwangsom van 5.000 euro. Op 10 juni 2026 doet de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak (ECLI:NL:RVS:2026:3335).
Waarom die zeventien bomen onder het verbod vielen
De eigenaar voert aan dat er geen vergunning nodig was. Zeventien bomen vormen geen bos, zegt hij, en voor het begrip houtopstand zou je moeten aansluiten bij de definitie uit de natuurwetgeving. Daarin gaat het om een minimale oppervlakte of om een rij van een bepaald aantal bomen. Zeventien bomen halen die drempel niet.
De Afdeling gaat daar niet in mee. Het verbod in de planregels ziet niet alleen op bebossen, maar ook op "anderszins beplanten met houtopstanden". Zeventien bomen planten valt daaronder. Voor de uitleg van dat begrip ziet de Afdeling geen aanknopingspunten om aan te sluiten bij de natuurwetgeving. Dat het geen boomgaard is doet niet ter zake: die staat in de regel alleen als voorbeeld genoemd. Aan de vraag of hier ook sprake is van bebossen komt de Afdeling daarom niet meer toe.
Er is dus zonder vergunning geplant, en daarmee is de gemeente bevoegd om op te treden. Belangrijk: de last is niet opgelegd omdat de bomen in strijd zijn met de bestemming, maar omdat de vergunning ontbreekt die het planvoorschrift eist.
"Ze kunnen het toch alsnog toestaan?"
De eigenaar had een vergunning aangevraagd. Is er een reële kans dat een overtreding alsnog wordt toegestaan, dan moet de gemeente van handhaving afzien. Dat heet concreet zicht op legalisering: een van de gevallen waarin handhaven onevenredig is.
Maar de gemeente had al laten weten die vergunning niet te zullen verlenen: de openheid verdwijnt door de bomen, en er is geen agrarisch bedrijf waarvoor de beplanting nodig is. Volgens de planregels moet de vergunning dan worden geweigerd. De eigenaar heeft niet uitgelegd waarom dat standpunt juridisch niet houdbaar zou zijn. Daarmee is dat zicht er niet.
Ook zijn argument dat de bomen een mooi landschappelijk aanzicht geven en goed zijn voor dieren, houdt geen stand. De gemeente erkent de natuurwaarde, maar mocht de openheid van het gebied zwaarder laten wegen.
Waarom de bomen nog een tijd mochten blijven staan
De omwonenden vonden de termijn waarbinnen de bomen weg moesten te ruim. Die termijn liep tot zes weken ná de uitspraak van de Raad van State.
Zo'n termijn mag niet wezenlijk langer zijn dan nodig is om de overtreding te beëindigen. Maar hij kan worden opgerekt in afwachting van een procedure, en dat mocht hier. Kappen is onomkeerbaar. De omwonenden hebben weliswaar zicht op de bomen, maar die staan op enige afstand van hun perceel, en zij hadden geen belang dat zo zwaar woog dat de uitkomst niet kon worden afgewacht.
Een dwangsom is geen afkoopsom
De omwonenden vonden 5.000 euro ook te laag. In die enkele stelling ziet de Afdeling geen grond om het bedrag te verhogen. En daar voegt zij iets aan toe dat verder reikt dan deze zaak: een dwangsom is geen afkoopsom.
Verbeurt de overtreder de dwangsom, dan is er nog steeds een overtreding die moet worden beëindigd, en kan de gemeente zo nodig opnieuw handhavingsmiddelen inzetten. Betalen koopt de bomen dus niet vrij.
Het hoger beroep is ongegrond en de beroepen tegen het nieuwe besluit ook. Dit is een uitspraak van de hoogste bestuursrechter; hiertegen staat geen gewoon rechtsmiddel meer open.
Let op welke regels golden
Deze zaak is beoordeeld op het recht van vóór de Omgevingswet, omdat de last al in 2020 was opgelegd. Sinds 1 januari 2024 zijn bestemmingsplannen opgegaan in het omgevingsplan. Dat wil niet zeggen dat de oude planregels verdwenen zijn: ze leven voort als tijdelijk deel van het omgevingsplan, totdat de gemeente ze vervangt door eigen regels. Wil je weten of er bij jou in de buurt een vergunning nodig is voor beplanting, dan kijk je dus in het omgevingsplan van je gemeente, en niet in het oude bestemmingsplan.
Wat je hiervan kunt leren
Een vergunningplicht kan ook over planten gaan. Veel mensen associëren de gemeente met bouwen. In een gebied met een landschapsaanduiding kan het planten van bomen net zo goed vergunningplichtig zijn.
Kijk in het omgevingsplan vóór je plant. Achteraf een vergunning aanvragen kan, maar als de gemeente die volgens haar eigen regels moet weigeren, houdt de aanvraag de handhaving niet tegen.
Als eigenaar kun je de last krijgen, ook als een ander plantte. Dat gebeurde hier, en de eigenaar heeft in deze procedure niet bestreden dát hij de overtreder is — de Raad van State heeft daar dus geen oordeel over gegeven. Laat je grond gebruiken door anderen, dan is het verstandig af te spreken wie verantwoordelijk is voor wat er wordt aangelegd.
De dwangsom betalen lost niets op. De overtreding blijft bestaan en de gemeente kan opnieuw optreden.
Een handhavingsverzoek is geen korte route. Van het verzoek tot de eindstreep zat hier zes jaar, en de omwonenden kregen de kortere termijn en de hogere dwangsom die zij wilden niet.
Waarom vertel ik dit?
Omdat bijna alles wat je over bomen en buren leest over de andere route gaat: over overhangende takken, over de afstand tot de erfgrens, over wortels die onder de schutting doorkomen. Dat is burenrecht, en dat speelt tussen jou en je buurman.
Deze zaak draait dat om. Hier gaat het niet over wat je van je buurman moet dulden, maar over wat je buurman via de gemeente van jou kan afdwingen — op je eigen grond, over bomen die je zelf hebt neergezet. Wie een perceel heeft in een gebied met een landschapsaanduiding, doet er goed aan die regels te kennen vóór de spade de grond in gaat.
Over de civielrechtelijke kant schreven we eerder: Boom of struik van de buurman op de erfgrens.
Lees hier de hele uitspraak: ECLI:NL:RVS:2026:3335: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RVS:2026:3335
De informatie op Grensgids is algemeen van aard en is geen juridisch advies. Gaat het om een eigen situatie? Leg die dan voor aan een advocaat of juridisch adviseur.
Wil je weten wat er in jouw omgevingsplan staat en wat je ermee kunt? De cursus van Grensgids laat zien hoe je de regels voor je eigen perceel opzoekt, wat een handhavingsverzoek is en wanneer het zin heeft. Kijk op grensgids.com.
