De haag moest eruit, terwijl de vergunning niets zou kosten
Een echtpaar plant langs de erfgrens een haag van aaneengesloten wintergroene heesters. De buren vragen de gemeente om daartegen op te treden.
In september 2025 legt de gemeente hun een last onder dwangsom op: de haag moet vóór half oktober weg, en weg blijven. Hun bezwaar wordt ongegrond verklaard. Op 11 juni 2026 doet de rechtbank Midden-Nederland direct na de zitting mondeling uitspraak. Het beroep is ongegrond. De gemeente is terecht opgetreden.
Eerst de vraag: is er wel een overtreding?
Daar begint de rechtbank. Zonder overtreding mag de gemeente in beginsel niet handhaven. En van een overtreding is hier alleen sprake als voor de haag een vergunning nodig was.
De planregel waar het om gaat, verbiedt het beplanten van gronden met houtopstanden zonder omgevingsvergunning. Daaronder valt volgens diezelfde regel uitdrukkelijk het kweken en telen van bomen, struiken en heesters.
Het begrip houtopstand is in dit plan niet volledig omschreven. Maar in de bepaling zelf staat dus wél dat het kweken en telen van heesters eronder valt. Blijft over: moet dat bedrijfsmatig zijn? Een tuinhaag plant je immers niet om er iets aan te verdienen.
Het antwoord staat elders in hetzelfde plan
Nee, oordeelt de rechtbank, en zij haalt dat uit het plan zelf. Datzelfde plan omschrijft een kwekerij als “het bedrijfsmatig telen, kweken en verzorgen van bomen, heesters, struiken, etc.”. Het plan maakt dus érgens onderscheid tussen bedrijfsmatig en niet-bedrijfsmatig. De bepaling die hier geldt maakt dat onderscheid niet — en dan valt ook het niet-bedrijfsmatig aanplanten van een heesterhaag eronder.
Zo hoort een planregel gelezen te worden: letterlijk. Is een begrip omschreven of duidelijk genoeg, dan is dat wat het betekent. Helpt dat niet, dan mag je kijken of de toelichting bij het plan het inkleurt. Pas daarna komen de Dikke Van Dale, definities uit andere regelingen of rechtspraak over andere plannen in beeld. Hier was die sprong niet nodig: het antwoord zat in het plan zelf.
Voor de haag was dus een omgevingsvergunning nodig. Die is er niet. Daarmee staat de overtreding vast.
Waarom de regel zo streng is
De rechtbank benoemt ook waar zo’n bepaling voor dient. Het gebied kent een beschermd dorpsgezicht. Door aanplant vergunningplichtig te maken, houdt de gemeente via de aanvragen zicht op wat er verandert.
Die vergunningplicht kan daarom ook gelden voor andere hagen en beplanting, in de tuin van dit echtpaar en in die van anderen. Dat is geen bijvangst van deze zaak, maar het doel van de regel.
Het punt waarop deze zaak kantelt
De gemeente verklaarde tijdens de procedure dat in de tuin van dit echtpaar in beginsel alles vergunbaar is. De haag mag er dus staan. Er moet alleen een vergunning voor worden aangevraagd. De gemeente gaf er bovendien bij aan dat aan die vergunningverlening geen kosten verbonden zullen zijn.
Het echtpaar wil uit principe geen vergunning aanvragen. Dat is hun keuze, en het is meteen de reden dat de overtreding blijft: zonder aanvraag geen vergunning, zonder vergunning een overtreding.
Het beroep op gelijke behandeling
Ze voeren nog aan dat handhaving in strijd is met het gelijkheidsbeginsel: er staan meer hagen in de buurt en daar gebeurt niets mee. Dat kan een reden zijn om van handhaving af te zien, ook als er een overtreding is. Dan moeten gelijke gevallen wel ongelijk worden behandeld.
Daarvan is hier geen sprake, oordeelt de rechtbank. Voor die andere hagen is geen handhavingsverzoek ingediend, en dat verschil alleen al is genoeg om aan te nemen dat het niet om gelijke gevallen gaat. Ligt er wél zo’n verzoek, zoals hier, dan moet de gemeente daarop beslissen.
Let op wat daar staat en wat er niet staat. Dit is het oordeel van deze rechtbank over deze gevallen. Het is geen algemene regel dat een handhavingsverzoek jouw geval per definitie anders maakt dan dat van de straat die ongemoeid blijft.
Wat de rechtbank er tot slot bij zegt
Op de zitting vertelde het echtpaar wat het van plan was bij een negatieve uitspraak: de haag weghalen, vervangen door een schutting waarvoor volgens hen geen vergunning nodig is, en mogelijk zelf handhavingsverzoeken indienen tegen andere hagen in de omgeving.
Of voor die schutting werkelijk geen vergunning nodig is, heeft de rechtbank niet beoordeeld; het is een mededeling van het echtpaar. Landelijk is een erf- of perceelafscheiding alleen vergunningvrij tot één meter hoog (artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving); daarboven bepaalt het omgevingsplan wat mag. En in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht geldt die landelijke lijst maar beperkt (artikel 2.30, derde lid). Dat een schutting hier vergunningvrij zou zijn, staat dus niet vast.
De rechtbank wijst er dan nog een keer op dat de haag vergunbaar is en dus kan blijven staan, dat de gemeente heeft gezegd dat daar geen kosten aan verbonden zijn, en dat al die handhavingsverzoeken veel werk opleveren terwijl voor de meeste van die hagen gewoon een vergunning kan worden verleend. Zij spreekt de hoop uit dat het echtpaar de aanvraag alsnog doet.
Dat is ongebruikelijk om in een uitspraak te lezen, en het laat zien waar dit conflict is blijven steken: niet bij de vraag of de haag mag, maar bij de vraag of iemand een aanvraag indient.
De gemeente heeft de begunstigingstermijn op de zitting verlengd tot acht weken na de uitspraak.
Wat dit betekent voor je eigen tuin
Kijk vóór het planten in het omgevingsplan van je gemeente. Een haag kan een houtopstand zijn, en in beschermde gebieden is aanplant vaker vergunningplichtig dan mensen verwachten.
Lees ook de begripsbepalingen. In deze zaak werd de uitkomst bepaald door de omschrijving van een heel ander begrip, “kwekerij”, elders in hetzelfde plan.
Vergunningplichtig betekent niet verboden. De vraag is of je de aanvraag doet, niet of je het antwoord al denkt te kennen.
Vraagt een buur om handhaving, dan moet de gemeente daarop beslissen. Dat andere hagen ongemoeid blijven, levert dan niet vanzelf een geslaagd beroep op gelijke behandeling op.
Deze regels verschillen per gemeente en soms per gebied. Wat hier gold, is de planregel van één plan — geen landelijke norm.
Dit is een mondelinge uitspraak van de rechtbank in eerste aanleg, direct na de zitting gedaan en vastgelegd in een proces-verbaal. Hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State staat open. De rechtbank spreekt van het geldende bestemmingsplan; sinds 1 januari 2024 leven zulke plannen voort als tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente. Daar moet je de regel voor jouw tuin dus zoeken.
Waarom vertel ik dit?
Omdat dit conflict niet over de haag ging. De haag mocht blijven. Wat eraan in de weg stond, was het idee dat je voor je eigen tuin geen toestemming hoort te hoeven vragen. Dat idee is invoelbaar, maar het is geen verweer tegen een dwangsom, en het kost in dit geval een haag.
En omdat het verschil maakt dat de buren naar de gemeente stapten en niet naar de voordeur. Een handhavingsverzoek dwingt een besluit af, en daarmee een procedure die hier bijna een jaar liep. Over de keuze tussen die route en het gesprek schreef ik eerder: Handhaven of bemiddelen bij een burenconflict. En over het argument dat iets toch gewoon vergund kan worden: Ze kunnen het toch gewoon legaliseren?
Rechtbank Midden-Nederland, 11 juni 2026. Lees hier de hele uitspraak: ECLI:NL:RBMNE:2026:4027: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:4027
De informatie op Grensgids is algemeen van aard en is geen juridisch advies. Gaat het om een eigen situatie? Leg die dan voor aan een advocaat of juridisch adviseur.
Wil je weten wat er in jouw tuin mag voordat de gemeente een brief stuurt? De cursus van Grensgids legt uit hoe je de regels voor je eigen perceel opzoekt, wat een last onder dwangsom betekent en wat je kunt doen als een buur om handhaving vraagt. Kijk op grensgids.com.
