Hondenoverlast van de buren: elf honden, en de rechter had geen meetrapport nodig
Een echtpaar woont op de begane grond van een appartementengebouw, met een tuin. Naast hen wonen buren die elf honden houden. Ze klagen al jaren over blaffen en stank, stappen naar de rechter en krijgen gelijk. De rechtbank heeft daarvoor geen extra bewijs nodig.
De klagende buren wonen sinds 2021 in hun appartement. De hondenbezitters wonen er langer, sinds 2014. Zij houden elf honden in hun woning en tuin. Vroeger hadden ze er nog meer: ze fokten er bedrijfsmatig mee, en erkennen zelf dat de honden toen voor veel overlast zorgden.
Van kort geding naar bodemprocedure
De klagende buren beginnen eerst een kort geding. Ze laten een akoestisch bureau twee weken meten; dat bureau concludeert dat er sprake is van ontoelaatbare geluidhinder.
In december 2024 legt de voorzieningenrechter een tijdelijke maatregel op: maximaal twaalf honden, en honden die weggaan mogen niet worden vervangen. Op straffe van 100 euro per dag.
De overlast blijft. In maart 2025 dagvaarden de buren opnieuw, nu in een bodemprocedure, en vragen ze om terugbrenging naar drie honden. De hondenbezitters komen niet opdagen. Wie niet verschijnt, wordt bij verstek veroordeeld: de rechter wijst de vordering dan toe zonder verweer te horen, tenzij die hem onrechtmatig of ongegrond voorkomt. Dat gebeurt in mei 2025.
Tegen zo'n verstekvonnis kun je in verzet, maar daar staat een termijn op: in de regel vier weken nadat het vonnis aan je is betekend. Doe je dat op tijd, dan behandelt dezelfde rechtbank de zaak alsnog inhoudelijk. Dat doen de hondenbezitters in juni 2025, binnen die termijn. Op 21 januari 2026 doet de rechtbank Rotterdam uitspraak (ECLI:NL:RBROT:2026:624).
Hinder ervaren is niet hetzelfde als onrechtmatige hinder
De rechtbank begint met de rem erop. Dat iemand hinder ervaart, maakt die hinder nog niet onrechtmatig. Enige hinder moeten buren van elkaar accepteren, en wat de een storend vindt, vindt de ander onbeduidend. De hinder moet dus eerst voldoende objectief worden vastgesteld.
Is die hinder er, dan volgt de weging: de aard, de ernst en de duur ervan, de schade die eruit voortkomt en de verdere omstandigheden. Ook de wederzijdse belangen tellen mee, en de vraag of maatregelen mogelijk en betaalbaar zijn.
Wie stelt dat er onrechtmatige hinder is, moet dat in beginsel ook bewijzen. Maar op die hoofdregel bestaat een uitzondering, en die is hier beslissend.
Waarom hier geen nader bewijs nodig was
Een rechter mag feiten van algemene bekendheid en algemene ervaringsregels aan zijn beslissing ten grondslag leggen. Die hoeven niet te worden bewezen, en een partij hoeft ze niet eens aan te voeren.
De rechtbank past dat hier toe. Op grond van ervaringsregels kan ervan worden uitgegaan dat elf honden in een relatief klein appartement met tuin, in een woonbuurt waar mensen dicht op elkaar wonen, zorgen voor flinke geluids- en stankoverlast. De ervaring leert nu eenmaal dat elf honden bij elkaar veel geluid en stank veroorzaken: blaffen, janken, vechten, plassen, poepen. Buren moeten het een en ander van elkaar dulden, maar juist het grote aantal maakt de hinder hier onrechtmatig.
En het meetrapport dan, en de getuigenverklaringen? Die hebben volgens de rechtbank een ondersteunende rol. Onderdelen ervan zijn mogelijk niet compleet of roepen vragen op, maar ze ondersteunen de onrechtmatigheid wel in enige mate. Ze zijn niet dragend.
Let op wat hier staat. Niet: in overlastzaken hoef je niets te onderbouwen. Wel: bij dit aantal dieren op deze plek is de overlast volgens de rechtbank een ervaringsregel, en dan beslist de discussie over het rapport de zaak niet meer.
Wat er verder meewoog
De duur. De klagende buren ervaren de overlast al jaren, overdag en 's nachts. Dat de hinder een lange geschiedenis heeft, hebben de hondenbezitters op zitting zelf bevestigd.
En iets wat je niet vaak terugziet in een overlastvonnis: het vermogensrechtelijk belang. Wie zijn woning verkoopt, moet de koper informeren over feiten die voor die koper belangrijk kunnen zijn. De rechtbank acht het denkbaar dat de klagende buren bij verkoop moeten melden dat de buurman elf honden houdt, waardoor de woning mogelijk minder makkelijk of voor een lagere prijs verkoopt. Dat is geen vaststelling dat de woning minder waard is — het is een belang dat in de weging meetelt.
Drie tegenwerpingen van de hondenbezitters halen het niet: dat zij er langer wonen dan de klagers, dat andere buren zeggen geen last te hebben, en dat er mogelijk nog andere bronnen van overlast zijn. Onder deze omstandigheden hoeven de klagers de hinder niet te dulden.
De uitkomst: afbouwen naar drie honden
De rechtbank verklaart het verzet ongegrond en bekrachtigt het verstekvonnis. Er moeten dus honden weg. Maar de rechtbank ziet ook dat de gevolgen groot zijn, zeker omdat de bewoners grote dierenliefhebbers zijn. De gevorderde termijn van een week vindt zij onredelijk kort.
Daarom mag het geleidelijk, in stappen van twee honden per maand: negen op 1 maart 2026, zeven op 1 april, vijf op 1 mei, en uiterlijk op 1 juni 2026 nog maximaal drie honden - in de woning en in de tuin. De dwangsom wordt gematigd naar 100 euro per dag, met een maximum van 8.000 euro. De hondenbezitters betalen 1.496 euro aan proceskosten.
Dit is een uitspraak van de rechtbank in eerste aanleg. Hoger beroep is mogelijk. Of dat is ingesteld, blijkt niet uit deze uitspraak.
Wat je hiervan kunt leren
Een meting is niet altijd nodig, en niet altijd genoeg. Waar het om gaat is of de bron zelf de overlast aannemelijk maakt. Bij elf honden in een appartement deed het aantal het werk; bij gewoon woongeluid in een gehorig huis helpt een rapport vaak juist niet.
Een lange geschiedenis kan in je voordeel werken. Dat de overlast al jaren speelt en dat eerdere maatregelen niet hielpen, woog hier mee in het oordeel dat alleen minder honden nog overbleef.
Reken op een afbouwtermijn. Ook als je wint, krijg je zelden een streep door alles per morgen. De rechter kijkt ook naar wat de uitspraak voor de andere kant betekent.
Wat je bij verkoop moet melden, kan meetellen. Niet als schadepost, maar als belang in de weging. Dat is een argument dat je zelf kunt gebruiken, mits je het bij de feiten houdt.
Waarom vertel ik dit?
Omdat twee recente uitspraken precies elkaars tegenpolen zijn. Bij het echtpaar dat veertien dagen liet meten in hun slaapkamer hielp het rapport niet: de rechtbank erkende de overlast en wees de vordering toch af. Hier had de rechter aan het rapport nauwelijks iets nodig.
Het verschil zit niet in de decibellen, maar in de bron. Bij normaal woongeluid in een slecht geïsoleerd pand ligt de weging open. Bij elf honden in een appartement is de uitkomst volgens deze rechtbank een ervaringsregel. Wie zich voorbereidt, denkt dus eerst na over de vraag wat de overlast veroorzaakt, en pas daarna over meetapparatuur.
Die andere zaak beschreven we eerder: Geluidsoverlast van de buren, veertien dagen gemeten.
Lees hier de hele uitspraak: ECLI:NL:RBROT:2026:624: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBROT:2026:624
De informatie op Grensgids is algemeen van aard en is geen juridisch advies. Gaat het om een eigen situatie? Leg die dan voor aan een advocaat of juridisch adviseur.
Wil je weten hoe je overlast opbouwt tot een dossier dat standhoudt? De cursus van Grensgids laat zien wat je vastlegt, wanneer buurtbemiddeling meer oplevert dan een procedure, en welke stappen er zijn als praten niet meer werkt. Kijk op grensgids.com.
