Zonnepanelen van de buren schitteren in zijn tuin: de rechter noemt het hinder, maar laat ze liggen
Een man in Limburg zag vanaf zijn terras elke zomerdag rond het middaguur de zon weerkaatsen in de zonnepanelen van zijn buren. Hij liet twee rapporten opstellen, probeerde mediation en stapte naar de kantonrechter. Die ging zelf kijken, gaf hem gelijk over de hinder — en wees zijn vordering toch af.
Dat klinkt tegenstrijdig, en het is precies wat hinderzaken zo lastig maakt. Hinder vaststellen is stap één. Of die hinder onrechtmatig is, hangt af van een weging — en die viel hier uit in het voordeel van de buren.
Wat er aan de hand was
Tussen zijn achtertuin en de garage van de buren ligt een gangpad. In mei 2022 lieten de buren 30 zonnepanelen op dat garagedak plaatsen, waarvan achttien op het dakdeel dat gericht is op zijn tuin en woning.
Nog diezelfde maand liet hij weten dat hij overlast ervaart. Partijen schreven elkaar, probeerden mediation en kwamen er niet uit. Hij vorderde aanpassing of verwijdering van de installatie met een dwangsom, plus € 2.169,53 aan onderzoekskosten.
Wanneer is hinder onrechtmatig?
Artikel 5:37 BW zegt dat je je buren geen hinder mag toebrengen in een mate of op een wijze die volgens artikel 6:162 BW onrechtmatig is. Of dat zo is, hangt volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad af van de aard, de ernst en de duur van de hinder en de schade die zij veroorzaakt, in verband met de verdere omstandigheden van het geval. Twee van die omstandigheden noemt de kantonrechter met naam: het gewicht van de belangen die met de hinderende activiteit worden gediend, en de mogelijkheid — ook gelet op de kosten — en de bereidheid om maatregelen te treffen.
Daar volgt iets belangrijks uit: niet iedere vorm van hinder of ervaren overlast is onrechtmatig. En die belangen horen bij de vraag zélf; het is geen tweede horde die er daarna bij komt.
Zijn eigen rapporten mochten meedoen
De man onderbouwde zijn verhaal met een schitteringsrapport en een rapport met lichthindermetingen. De buren vonden dat geen objectief onderzoek: eenzijdig, buiten hun medeweten tot stand gekomen.
Dat verweer slaagt niet. De rechter mag zelf bepalen welke waarde hij aan een partijrapport toekent (artikel 152 lid 2 Rv) en mag het ook tot uitgangspunt nemen. Hier kon dat, omdat het rapport inzichtelijk is, op objectieve gegevens rust en de deskundige heeft gereageerd op de bezwaren van de buren. Daarmee was hoor en wederhoor gewaarborgd (r.o. 4.3).
De rechter ging zelf kijken
Uit de rapporten blijkt dat er bij mooi weer van april tot september tussen 11.30 en 14.00 uur schittering te zien is in zijn tuin en op zijn terras, en dat die op drie observatiepunten op het terras rond het middaguur ongeveer anderhalf uur duurt.
De buren wezen erop dat het deels om indirecte schittering gaat en dat zijn zonnescherm uitgeklapt kan worden. Dat helpt hun niet: beide soorten schittering zijn volgens de deskundige vergelijkbaar intensief, en tijdens de plaatsopneming stelde de kantonrechter zelf vast dat je de panelen ziet terwijl je in een stoel op het terras zit met het zonnescherm uit.
De conclusie: het woongenot wordt substantieel aangetast, ook al is de schittering niet elke dag even hevig. Er is in beginsel sprake van onrechtmatige hinder (r.o. 4.4). Of de lichtsterkte boven de toegestane waarden uitkwam, hoefde de rechter niet te beoordelen: duur, tijdstip en plaats waren al genoeg.
Waarom de panelen toch mogen blijven liggen
En dan draait het. De panelen zijn de voornaamste energievoorziening van de gasloze woning van de buren en worden het hele jaar gebruikt. Tegenover enkele uren schittering per dag van april tot september weegt dat belang volgens de kantonrechter zwaarder (r.o. 4.5).
Daarnaast weegt de kantonrechter mee of er een alternatief was (r.o. 4.6). Partijen hadden er samen al heel wat onderzocht:
- De andere kant van het garagedak ligt al vol met twaalf panelen.
- Het dak van de woning is smal en klein, en het linkerdeel ligt in de schaduw van het huis ernaast.
- Verplaatsen naar het hoofddak vraagt een extra omvormer en nieuwe dakpannen.
- Een anti-schitteringscoating van een derde partij laat de fabrieksgarantie direct vervallen.
- De panelen dertig graden kantelen: de gemeente liet weten daar in principe niet aan mee te werken.
- Leibomen in zijn eigen tuin wilde de man niet: dat zou hem een groot deel van die tuin kosten.
- Een verticaal zonnescherm bij de buren of zonwering over de panelen was niet uitvoerbaar.
Dat rijtje weegt zwaar mee. Niet omdat de buren recht hebben op stroom, maar omdat er geen maatregel bleek die de schittering wegneemt zonder de opbrengst te slopen.
Uitzicht en woningwaarde hielpen niet
Hij voerde ook aan dat zijn uitzicht lelijker werd en zijn woning minder waard. Beide halen het niet. Uitzicht is een subjectief oordeel, en zonnepanelen zijn inmiddels een gebruikelijk deel van de bebouwde omgeving. De waardedaling had hij niet onderbouwd (r.o. 4.7).
Zijn onderzoek betaalde hij zelf
De € 2.169,53 voor het rapport met lichthindermetingen krijgt hij niet terug. Artikel 6:96 BW veronderstelt dat er een wettelijke verplichting tot schadevergoeding bestaat, en die is er niet als de vordering wordt afgewezen (r.o. 4.8). Ook de buitengerechtelijke kosten van € 412,50 sneuvelen. De proceskosten zijn gecompenseerd: ieder draagt de eigen kosten.
Hij had dus gelijk over de hinder, en ging met niets naar huis.
Wat deze uitspraak niet zegt
Niet dat zonnepanelen altijd mogen. Dit is één kantonrechter die een bestaande maatstaf toepast op één tuin, in eerste aanleg, en hoger beroep is mogelijk. Ligt er bij je buren een dak met ruimte genoeg, of is hun woning niet gasloos, dan kan de weging anders uitpakken.
En lees "in beginsel onrechtmatige hinder" niet als een eindoordeel in zijn voordeel. De belangenafweging hoort bij diezelfde vraag; zij komt er niet achteraan.
Wat je hiermee kunt
- Leg vast wat je merkt: wanneer, hoe lang en op welke plek in je tuin. Dat is wat hier de hinder bewees. Zie ook het stuk over veertien dagen geluid meten bij de buren.
- Een rapport dat je zelf laat maken mag meetellen, als het inzichtelijk is, op objectieve gegevens rust en de opsteller op de bezwaren van de ander reageert.
- Vraag de rechter om ter plaatse te komen kijken. De plaatsopneming hielp hier zijn bewijs.
- Denk vóóraf na over alternatieven en wees bereid er zelf één te aanvaarden. Wie elk voorstel afwijst, staat zwak in de weging.
- Reken erop dat je je eigen onderzoekskosten niet terugkrijgt als je verliest.
Waarom vertel ik dit?
Omdat dit soort zaken vaker gaat komen. Warmtepompen, laadpunten, zonnepanelen: de energietransitie gebeurt op de daken en in de tuinen van mensen die naast elkaar wonen. En het patroon zal zich herhalen. Wie last heeft, moet die last bewijzen — dat lukte hier. Maar de zaak wordt gewonnen door wie kan laten zien dat er geen redelijk alternatief is.
Dus voordat je naar de rechter stapt: zoek uit wat technisch mogelijk is, vraag het bij de buren na en zet op papier wat je zelf wilt bijdragen. Dat is geen softe raad; dat is de weegschaal waar de rechter naar kijkt.
Wil je weten hoe je overlast van buren juridisch aanpakt, van vastleggen tot een onderbouwde brief? Dat leer je in Grenzen & Gedoe, de basiscursus burenrecht van Grensgids. Je vindt de cursus op grensgids.com.
Bron: Rechtbank Limburg (kantonrechter, zittingsplaats Maastricht), 8 juli 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:6585. Lees hier de hele uitspraak: deeplink.rechtspraak.nl.
De informatie op Grensgids is algemeen van aard en is geen juridisch advies. Gaat het om een eigen situatie? Leg die dan voor aan een advocaat of juridisch adviseur.
