Rook van de buren: een losse zin was niet genoeg om zijn klacht af te wijzen
Een man in de gemeente Oldambt zegt dat hij in het stookseizoen één slaapkamer in zijn huis niet kan gebruiken. Zijn buren stoken een pelletkachel, en de rookgasafvoer daarvan loopt door de gevel in plaats van boven het dak uit. Die afvoer is er zo’n tien jaar geleden aangebracht.
Op 14 oktober 2024 vraagt hij de gemeente om daartegen op te treden. Een toezichthouder bezoekt zijn woning, spreekt met hem, gaat daarna bij de buren langs en maakt er een rapport van.
Op 25 november 2024 wijst de gemeente het verzoek af. Hij maakt bezwaar. De bezwaarcommissie adviseert om de afwijzing overeind te houden, maar op een andere grondslag. Op 3 juni 2025 doet de gemeente dat: het verzoek blijft afgewezen, nu met de motivering dat de man nagenoeg geen hinder of overlast ervaart. Hij gaat in beroep, en op 19 februari 2026 vernietigt de rechtbank Noord-Nederland dat besluit.
De norm waar hij op wees, geldt alleen voor nieuwbouw
Zijn verzoek is van na de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024, dus er speelt hier geen overgangsrecht: de Omgevingswet en de regelingen daaronder gelden gewoon. Bij oudere verzoeken kan dat anders liggen, want daarvoor telt de datum van het verzoek, niet die van de uitspraak.
De man verwees naar een publicatie in de Staatscourant. Daaruit volgt dat de uitstroom van verbrandingsgassen van hout- en pelletkachels boven de dakrand moet uitkomen, om overlast en gezondheidsrisico’s te voorkomen. Een doorvoer door de gevel mag dan niet.
Die eis bestaat echt. Maar zij staat in hoofdstuk 4 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, en dat hoofdstuk gaat alleen over het bouwen van nieuwe bouwwerken. Deze rookgasafvoer zit er al jaren. Op dit punt krijgt de gemeente dus gelijk. Een norm die vandaag voor een nieuwe installatie geldt, geldt niet automatisch voor die van je buurman uit 2016.
Maar er staat nog een regel in het omgevingsplan
In het omgevingsplan van de gemeente Oldambt staat een zorgplicht voor wie een bouwwerk gebruikt. Wie weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn doen of laten in, op of aan een bouwwerk overlast of hinder voor de omgeving veroorzaakt of kán veroorzaken, moet alle maatregelen nemen die redelijkerwijs van hem gevraagd kunnen worden om dat te voorkomen of te beëindigen. De bepaling noemt daarbij met zoveel woorden het op hinderlijke wijze verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal.
In de toelichting staat dat het een kapstokbepaling is en dat een beroep erop kan slagen bij ernstige rookhinder door het stoken van hout of andere stoffen. Wanneer hinder ernstig genoeg is, staat er niet bij. Dat moet de gemeente zelf vaststellen, en daar heeft zij ruimte in — maar zij moet wel uitleggen hoe zij eraan komt.
Waar het misging: één zin op de hoorzitting
De gemeente baseerde haar afwijzing op één ding. Op de hoorzitting bij de bezwaarcommissie zou de man hebben verklaard dat hij nagenoeg geen hinder of overlast ervaart. Als hij dat zelf zegt, is er geen overtreding, redeneerde zij.
De rechtbank kan dat standpunt niet volgen, en somt op wat er nog meer in het dossier zit. In zijn handhavingsverzoek schreef de man dat hij een slaapkamer niet kan gebruiken, dat zijn dakgoot en muur pikzwart zijn geworden en dat hij schade lijdt. Op diezelfde hoorzitting zei hij ook dat zijn ramen zwart worden, dat de aanslag erger is in het stookseizoen en dat hij het gebruik van de kachel kan ruiken.
Op de zitting bij de rechtbank legde hij uit wat hij bedoeld had: dat hij niet áltijd hinder heeft. Alleen als de kachel brandt, en vooral bij temperatuurverschillen. Hij voegde eraan toe dat hij zich op de hoorzitting misschien wat zachter had uitgedrukt, omdat hij zijn buren de kachel niet wil ontnemen en geen ruzie met ze wil.
Over de zwarte aanslag lopen de lezingen uiteen. Volgens de toezichthouder zit een grijsgroene uitslag op vrijwel alle panden in de straat, aan de schaduwkant, ook bij woningen zonder rookgasafvoer, en komt die van natuurlijke factoren en verkeer. Dat geschilpunt beslist de rechtbank niet.
Wat zij wél beslist: omdat de man zowel in zijn verzoek als op de hoorzitting heeft aangegeven dat hij last heeft van het gebruik van de kachel, kon de gemeente zich niet in redelijkheid op het standpunt stellen dat hij geen overlast ervaart. En uit het besluit blijkt nergens dat de gemeente zélf heeft beoordeeld of er een overtreding is. Zij had daar bijvoorbeeld de rapportages van haar eigen toezichthouder bij kunnen betrekken. Het besluit is daarom onzorgvuldig voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd.
Waarom de rechtbank het niet zelf afmaakt
Een bestuursrechter kan een gemeente de kans geven een gebrek te herstellen terwijl de zaak loopt. Dat doet deze rechtbank bewust niet. Die route mag niet worden gebruikt als belanghebbenden die geen partij zijn in de procedure daardoor onevenredig benadeeld kunnen worden — en dat zijn hier de buren met de kachel. Zij zaten niet aan tafel, terwijl de gemeente opnieuw moet onderzoeken of er een overtreding is.
Het besluit gaat dus van tafel en de gemeente moet binnen zes weken opnieuw op het bezwaar beslissen. Het griffierecht van € 194 krijgt de man terug.
De schadeclaim kwam op de verkeerde plek terecht
De man vroeg ook om schadevergoeding: zijn huis zou minder waard zijn geworden, door een makelaar geschat op ongeveer € 35.000. Daar komt de rechtbank niet aan toe. De bestuursrechter mag over schade door een onrechtmatig besluit oordelen tot maximaal € 25.000; daarboven moet je bij de burgerlijke rechter zijn. Zij verklaart zich onbevoegd en wijst hem die weg.
Wat dit wel en niet betekent
De man heeft geen stookverbod gekregen en zijn buren hoeven niets. Wat hij heeft gekregen, is een nieuw besluit. De gemeente kan opnieuw weigeren, maar dan moet zij eerst zelf vaststellen of er hinder is en dat opschrijven.
Dit is bovendien een uitspraak in eerste aanleg; hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State staat open. En de zorgplicht die hier de grondslag vormt, komt uit het omgevingsplan van één gemeente. Zulke bepalingen staan in veel omgevingsplannen, maar de formulering kan per gemeente anders zijn.
Waarom vertel ik dit?
Om wat er gebeurde met die ene zin.
Op een hoorzitting zit je tegenover mensen die je situatie niet kennen, en je wilt je buren niet afvallen. Dus zeg je dat het wel meevalt. Die zin gaat het verslag in en komt maanden later terug als de reden waarom je verzoek is afgewezen.
Het is de moeite waard om het precies te zeggen. Niet “ik heb er niet altijd last van”, maar: wanneer, hoe vaak, hoe lang, en wat je er dan niet kunt doen. Dat is geen klagen; het is het materiaal waarop een gemeente haar besluit moet bouwen.
En let op waar deze zaak op draaide. De man hoefde niet te bewijzen dat de rook onrechtmatig was. Hij hoefde alleen te laten zien dat de gemeente haar afwijzing niet rond had.
Eerder schreven we over een andere zaak bij dezelfde rechtbank waarin een weigering om te handhaven niet standhield: De gemeente weigerde te handhaven — en de rechter floot haar terug. En over rook via de burgerlijke rechter in plaats van via de gemeente: Zestien maanden bijgehouden dat de buren roken en toch geen rookverbod.
Rechtbank Noord-Nederland, 19 februari 2026. Lees hier de hele uitspraak: ECLI:NL:RBNNE:2026:679: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBNNE:2026:679
De informatie op Grensgids is algemeen van aard en is geen juridisch advies.
Heb je last van de rook van een kachel bij de buren en weet je niet waar je moet beginnen? In Grenzen & Gedoe, de basiscursus burenrecht, staat wanneer hinder onrechtmatig is, hoe je bijhoudt wat je merkt en hoe je een handhavingsverzoek bij de gemeente indient. Het logboek overlast en de modelbrief zitten erbij. Kijk op grensgids.com.
