Schimmel door de schuur van de buren: gelijk krijgen bij de rechter was niet genoeg
Een man ziet hoe zijn buren een schuur bouwen in de smalle strook tussen hun twee huizen. Op hun eigen grond, op een paar centimeter van zijn zijgevel.
Daarna gaat het mis met zijn muur. De gevel raakt verzadigd met water, binnen beschimmelen de muren. Bij zijn eigen gevel kan hij niet meer komen om die te onderhouden. En de buren gebruiken de schuur om te klussen, wat hij hoort.
Hij vraagt het college van burgemeester en wethouders om handhaving. Dat wijst zijn verzoek af en houdt die afwijzing in bezwaar in stand. Hij stapt naar de rechtbank. Die vernietigt het besluit — en aan de uitkomst verandert niets.
Deur één: de schuur mag er staan
Voor deze schuur is geen omgevingsvergunning nodig. Hij past binnen de regels die het omgevingsplan stelt aan een bijbehorend bouwwerk in het achtererf. De man heeft dat niet onderbouwd bestreden, dus staat het vast: het bouwwerk zelf is toegestaan.
Deur twee: de zorgplicht voor een bouwwerk gaat niet over de plek
Voor bestaande bouwwerken geldt een eigen zorgplicht. Wie weet of kan vermoeden dat de staat van zijn bouwwerk gevaar oplevert voor gezondheid of veiligheid, moet maatregelen nemen. Dat staat in het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Op één punt ging het hier ook echt fout. De schuur waterde eerst op natuurlijke wijze af richting de zijgevel van de buurman, en de voorgeschreven waterafvoer ontbrak. Het college heeft dat in de bezwaarfase erkend. Voordat het besluit op bezwaar werd genomen, was de afvoer alsnog aangebracht. Daarmee was die overtreding op dat moment voorbij, en dat moment is beslissend.
Blijft over: de plaatsing. Daar staat de scherpste zin van de uitspraak. Deze zorgplicht ziet uitsluitend op de bouwkundige staat van het bouwwerk en niet op de positionering ervan. De schuur is bouwkundig in orde. Dat hij op een paar centimeter van andermans gevel staat, levert dus geen overtreding van deze regel op.
Deur drie staat op een kier
Dan is er nog de algemene zorgplicht uit de Omgevingswet. Iedereen draagt voldoende zorg voor de fysieke leefomgeving, en wie weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn activiteit nadelige gevolgen kán hebben, moet maatregelen nemen. Die zorgplicht is een vangnet: zijn er specifieke regels én worden die nageleefd, dan is daarmee ook aan het vangnet voldaan.
Zulke specifieke regels waren er hier niet. Tegen vochtschade bij de buren door de plááts van een bouwwerk is niets geregeld. Het vangnet was dus in beginsel beschikbaar.
Het college had daar niet naar gekeken. Het vond die algemene zorgplichten te algemeen als grondslag om op te handhaven. De rechtbank deelt dat standpunt niet: juist als een specifiekere regel ontbreekt, kan op grondslag van die algemene zorgplicht worden gehandhaafd. Omdat het college dat niet heeft onderzocht, is het besluit onzorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. Het beroep is gegrond, het besluit wordt vernietigd en de man krijgt zijn griffierecht van € 194 terug.
Waarom hij daar niets aan heeft
Een vangnet heeft een hoge drempel. Handhaven op een algemene zorgplicht kan alleen bij onmiskenbare strijd met die zorgplicht. Daarvan is hier niets gebleken.
Zijn bouwkundig rapport stelt vast dat de kleine afstand tussen schuur en gevel te weinig natuurlijke ventilatie geeft, en dat daardoor een verhoogd risico op vochtbelasting ontstaat. Of de schuur ook daadwerkelijk schade aan de woning heeft veroorzaakt of zal veroorzaken, vergt volgens de rechtbank nader onderzoek. Een verhoogd risico is geen onmiskenbare strijd.
Daarom laat de rechtbank de gevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand. Het college hoeft niet te handhaven. Op papier wint hij, aan zijn muur verandert niets.
Wat je hieruit meeneemt
Vergunningvrij is niet zorgplichtvrij. Een gemeente kan niet volstaan met de mededeling dat de algemene zorgplicht te vaag is om iets mee te doen; zij moet kijken of die is overtreden. Dat is winst, ook voor volgende zaken — met dit voorbehoud: dit is het oordeel van één rechtbank, niet van de Afdeling bestuursrechtspraak, en dus nog geen vaste lijn.
Daarnaast moet er wel iets liggen waaruit onmiskenbaar blijkt dat het mis is. Een rapport dat een verhoogd risico vaststelt, is daarvoor te weinig. Een rapport dat vaststelt dát er schade is en waar die vandaan komt, is een ander gesprek.
Waarvoor je bij de civiele rechter moet zijn
De rechtbank zegt het zelf aan het slot van de uitspraak. Voor zijn schade, voor het feit dat hij zijn eigen gevel niet meer kan onderhouden en voor de geluidshinder van het klussen kan hij zich tot de civiele rechter wenden. Dat is een andere route met een andere vraag: niet of dit bouwwerk hier mag staan, maar of wat zijn buurman doet onrechtmatig is tegenover hem.
Dit is een uitspraak in eerste aanleg. Hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is mogelijk.
Waarom vertel ik dit?
Omdat de teleurstelling in deze zaak niet in de uitslag zit, maar in het loket. Hij kreeg gelijk: het college had moeten onderzoeken wat het niet had onderzocht. En hij stond daarna precies waar hij begon, omdat de vraag die hij stelde — mijn muur beschimmelt, doe er iets aan — bij de gemeente niet volledig past.
De vraag die je jezelf eerst stelt is dus niet “wie heeft hier ongelijk”, maar “wie kan hier iets aan doen”. Daarover schreven we eerder, over een gemeente die wel moest optreden: Gemeente doet niets tegen illegale bouw buurman. En over water dat van andermans perceel jouw tuin in loopt: Regenwater van uw buurman stroomt uw tuin in.
Rechtbank Den Haag, 27 maart 2026. Lees hier de hele uitspraak: ECLI:NL:RBDHA:2026:7185: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:7185
De informatie op Grensgids is algemeen van aard en is geen juridisch advies. Gaat het om een eigen situatie? Leg die dan voor aan een advocaat of juridisch adviseur.
Weet je niet of jouw probleem bij de gemeente of bij de civiele rechter hoort? De cursus van Grensgids loopt de twee routes stap voor stap langs, met de vragen die je vooraf beantwoordt. Kijk op grensgids.com.
