Verjaring en rechtsverwerking

Verjaring kijkt naar tijd en bezit, rechtsverwerking naar je eigen gedrag. Niet de jaren beslissen, maar hoe de grens er is gekomen.

Twee manieren om een recht te verliezen, en ze werken niet hetzelfde

Verjaring en rechtsverwerking eindigen op hetzelfde punt: je hebt een recht en je kunt er niets meer mee. Maar ze komen langs tegengestelde wegen. Verjaring kijkt naar tijd en bezit, los van wat jij ervan vond. Rechtsverwerking kent geen termijn en kijkt juist naar jouw eigen gedrag. Wie de twee door elkaar haalt, let op de verkeerde dingen.

Verjaring: niet de jaren beslissen, maar het bezit

De wet kent twee routes naar grond. Wie een goed te goeder trouw tien jaar onafgebroken bezit, verkrijgt het (artikel 3:99 BW). En wie een goed bezit op het moment dat de rechtsvordering tot beëindiging van dat bezit verjaart, verkrijgt het óók — "ook al was zijn bezit niet te goeder trouw" (artikel 3:105 BW). Die vordering verjaart na twintig jaar (artikel 3:306 BW), te rekenen vanaf de dag nadat iemand bezitter is geworden (artikel 3:314 lid 2 BW).

Daarmee hangt alles aan die ene vraag: wanneer begon het bezit? En juist daar is de wet streng.

  • Is de grond in het bezit van een ander, dan zijn enkele op zichzelf staande machtsuitoefeningen niet genoeg om hem in bezit te nemen (artikel 3:113 lid 2 BW). Een keer de heg knippen is geen bezit.
  • Wie is begonnen met voor een ander te houden — met toestemming, of op grond van een afspraak — blijft dat onder dezelfde titel doen, totdat er een handeling van de rechthebbende is of een tegenspraak van diens recht (artikel 3:111 BW). Een houder wordt nooit eigenaar, hoe lang hij ook houdt.

Daarom kunnen twee zaken met dezelfde jaren tegengesteld uitpakken. Dat gebeurde ook: beslissend was niet hoe lang de strook in gebruik was, maar hoe de afscheiding er was gekomen — in overleg geplaatst, of eenzijdig doorgetrokken. Zie achttien jaar hetzelfde hek.

Goede trouw wordt vermoed, niet bewezen

Te goeder trouw is iemand die zich als rechthebbende beschouwt en dat redelijkerwijze ook mocht (artikel 3:118 lid 1 BW). Twee dingen daarbij worden vaak omgekeerd gedacht. Wie eenmaal te goeder trouw is, wordt geacht dat te blijven (lid 2). En goede trouw wordt vermoed aanwezig te zijn: wie beweert dat die ontbreekt, moet dat bewijzen (lid 3).

Daar hoort één nuance bij die makkelijk verkeerd gaat. Wie een registergoed verkrijgt, kan zich niet op goede trouw beroepen als dat beroep neerkomt op onbekendheid met feiten die uit de openbare registers waren gebleken (artikel 3:23 BW). De registers tellen dus wel degelijk mee. Maar de kadastrale kaarten zijn die registers niet: een rechtbank oordeelde dat het niet raadplegen daarvan artikel 3:23 BW niet aan de goede trouw in de weg legt. Hoe die route in de praktijk verloopt, staat in verjaring van grond.

Rechtsverwerking: geen termijn, maar je eigen gedrag

Hier speelt tijd geen rol. Rechtsverwerking betekent dat je een recht hebt maar het niet meer kunt uitoefenen, omdat je door je eigen gedrag het gerechtvaardigde vertrouwen hebt gewekt dat je er geen aanspraak meer op zou maken. De rechter kijkt dus niet naar jaren maar naar gedragingen en verwachtingen.

Dat kan hard aankomen, want het gedrag is vaak welwillend bedoeld. Een man betaalde mee aan een nieuwe schutting, werkte mee aan het plaatsen ervan en zei niets over de grens — en verloor vier jaar later de zaak over het strookje grond eronder: meebetaald, meegewerkt en toch verloren.

Wat stuiting wel en niet doet

Een lopende verjaring kun je stuiten, maar niet met een brief alleen. Bij een vordering die niet tot nakoming van een verbintenis strekt — en daartoe hoort de vordering om het bezit van een ander te beëindigen — werkt een schriftelijke aanmaning alleen als er binnen zes maanden een daad van rechtsvervolging op volgt (artikel 3:317 lid 2 BW). Lukt dat, dan begint er geen nieuwe twintig jaar: een nieuwe termijn is nooit langer dan vijf jaar (artikel 3:319 lid 2 BW). Zie wat stuiting wel en niet doet.

3 artikelen

De informatie op Grensgids is algemeen van aard en is geen juridisch advies. Gaat het om een eigen situatie? Leg die dan voor aan een advocaat of juridisch adviseur.

Verjaring en rechtsverwerking | Grensgids