Hun tuinhuis was 28 centimeter te hoog: geen klein foutje, oordeelt de Raad van State
Twee bewoners in de gemeente Nieuwkoop bouwen achter hun woning een tuinhuis. Een vergunning vragen ze niet aan: een bijgebouw in het achtererfgebied mag onder voorwaarden zonder.
De buurman ernaast ziet het anders en dient een handhavingsverzoek in, ergens vóór 1 januari 2024; de uitspraak noemt geen datum. De gemeente meet het tuinhuis twee keer: 3,26 meter in januari 2023 en 3,28 meter in oktober van dat jaar.
Op 6 maart 2024 volgt een last onder dwangsom: tuinhuis en hekwerk verwijderen en verwijderd houden, € 2.000 per maand tot maximaal € 20.000. Het bezwaar levert alleen op dat het hekwerk mag blijven als het teruggaat naar 1 meter. De rechtbank Den Haag verklaart het beroep ongegrond; op 27 mei 2026 doet de Raad van State uitspraak.
Vergunningvrij is geen vrijbrief, maar een lijstje voorwaarden
Het hoger beroep gaat nog over één vraag: mocht dit tuinhuis vergunningvrij worden gebouwd? Dan moet het aan alle voorwaarden voldoen. Twee ervan zijn in geschil: staat het in het achtererfgebied, en is het niet te hoog? Omdat het geen schuin dak heeft en grotendeels verder dan 4 meter van de woning staat, mag het maximaal 3 meter zijn (r.o. 6.2.1).
Het argument dat zij wonnen
Het tuinhuis staat deels op grond met de bestemming “Tuin - Oeverzone”. Daar staan de planregels geen gebouwen toe; alleen terrassen, vlonders en keerwanden mogen er. De gemeente leidde daaruit af dat die strook geen erf is, en dat je er dus ook niet vergunningvrij kunt bouwen.
Daar gaat de Afdeling niet in mee (r.o. 6.1.4). Erf is grond bij een hoofdgebouw die feitelijk is ingericht ten dienste van dat gebouw, voor zover het plan die inrichting niet verbiedt. Alleen gebouwen verbieden is niet genoeg: de grond mag als tuin worden gebruikt, beperkte bouwwerken mogen er wél, en een terras of siertuin is niet verboden. Dat in de plantoelichting het tegendeel stond, helpt de gemeente niet, een toelichting is niet juridisch bindend, de planregels beslissen.
Zij winnen dus het argument over de plek. En verliezen de zaak alsnog.
De 28 centimeter
Over de hoogte voeren zij drie dingen aan. Er is gemeten op een laag punt in plaats van vanaf het bouwpeil dat bij de aankoop is vastgesteld. De daktrim van ongeveer 5 centimeter is een ondergeschikt onderdeel. En na aanpassingen aan de tuin haalt het tuinhuis de 3 meter wél, volgens een rapport van een meetbureau. Alle drie sneuvelen, en de redenen zijn leerzaam.
De meetmethode is die van de vergunningvrije regeling zelf: vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke verhogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk buiten beschouwing blijven. Het peil uit het bestemmingsplan speelt daarbij geen rol (r.o. 6.2.3).
De daktrim hoeft de Afdeling niet te beoordelen: ook zónder die 5 centimeter komt het tuinhuis boven de 3 meter uit (r.o. 6.2.4).
En het nieuwe rapport komt te laat. Een besluit wordt beoordeeld naar de feiten zoals die waren toen het werd genomen, en de aanpassing van het terrein kwam ná de beslissing op bezwaar (r.o. 6.2.5). Achteraf het terrein rond het tuinhuis aanpassen repareert dus niets.
Conclusie: het tuinhuis is hoger dan 3 meter en is daarmee zonder de benodigde omgevingsvergunning gebouwd (r.o. 6.3).
Let op welk recht hier geldt. Het handhavingsverzoek is ingediend vóór 1 januari 2024 en de last kwam daarna. Dan blijft op die last het recht van vóór de Omgevingswet van toepassing totdat het besluit onherroepelijk is (artikel 4.3, aanhef en onder a, Invoeringswet Omgevingswet, r.o. 1). Daarom wordt hier nog gemeten aan het Besluit omgevingsrecht.
De Afdeling kijkt er wel langs: zou het tuinhuis onder het nieuwe recht wél vergunningvrij zijn, dan was de gemeente niet meer bevoegd om te handhaven. Maar de regels in het omgevingsplan van deze gemeente hebben dezelfde strekking en dezelfde meetmethode (r.o. 7.1). Dat zijn de regels van één gemeente — zoek dus op wat op jouw adres geldt.
Handhaven is de regel, en 28 centimeter verandert dat niet
Moet de gemeente hier nou echt achteraan? Het uitgangspunt is dat het algemeen belang gediend is met handhaving, en dat er daarom in de regel tegen een overtreding moet worden opgetreden. Afzien mag alleen bij omstandigheden met zó veel gewicht dat dat algemeen belang moet wijken, bijvoorbeeld concreet zicht op legalisatie, of een geslaagd beroep op het gelijkheids- of vertrouwensbeginsel (r.o. 8.1).
De bewoners vonden handhaven onevenredig: de overschrijding is minder dan 10 procent, nauwelijks te zien, en de buren hebben er geen schaduw van. Afbreken en een paar centimeter lager terugbouwen levert geen andere situatie op.
Het antwoord van de Afdeling is de zin om te onthouden. Zij overweegt “dat het zonder de benodigde omgevingsvergunning bouwen van een bouwwerk geen geringe overtreding is. Dat de maximale bouwhoogte om vergunningvrij te kunnen bouwen met slechts 0,28 m wordt overschreden, maakt dit niet anders” (r.o. 8.2.1).
Dat het tuinhuis niemand hindert, maakt het dus niet anders. De kosten van afbreken ook niet: zij hebben op eigen risico gebouwd zonder vergunning. En hun verwijzing naar een oudere zaak, waarin handhaven bij een afwijking van 0,5 meter wél onevenredig was, gaat niet op, daar was een vergunning verleend en van afgeweken, hier nooit een aangevraagd.
Waarom de schuurtjes in de straat blijven staan
Hun laatste punt ging over de buurt: er staan vergelijkbare bouwwerken op dezelfde bestemming, en tegen een bouwwerk van 3,16 meter trad de gemeente ook niet op.
Toch zijn dat geen gelijke gevallen. Een gemeente mag prioriteiten stellen, en dat mag inhouden dat bij lichte overtredingen alleen na een klacht of een verzoek van een belanghebbende wordt beoordeeld of er wordt opgetreden. In het beleid van deze gemeente heeft strijd met het bestemmingsplan zonder gevaar of overlast een lage prioriteit, en voor die andere bouwwerken is geen verzoek ingediend. Het bouwwerk van 3,16 meter had wél een vergunning, waarvan was afgeweken (r.o. 8.3.2 en 8.3.3).
Let op wat daar staat en wat er niet staat: dit is het beleid van déze gemeente in dít geval, geen algemene regel. Dezelfde vraag speelde eerder in De haag moest eruit, terwijl de vergunning niets zou kosten. Wat er wél staat: wie het verzoek indient, zet de handhaving in beweging — aan beide kanten van de schutting.
Waarom vertel ik dit?
Omdat “vergunningvrij” het meest misbegrepen woord in de tuin is. Het is geen vrijstelling voor kleine bouwsels maar een lijstje voorwaarden, en je valt er per centimeter buiten. Daarna ben je iemand die zonder vergunning heeft gebouwd, en dan is de vraag niet of het erg is, maar of er een bijzondere omstandigheid is. Die deur is smal.
Dus: kijk eerst in het omgevingsplan van je gemeente, want daar staat sinds 1 januari 2024 of je een bijgebouw zonder vergunning mag neerzetten — het Besluit omgevingsrecht uit deze zaak geldt niet meer voor nieuwe gevallen. Meet vervolgens vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, en kijk naar de afstand tot je huis en naar de vorm van je dak. Houd rekening met de daktrim: of die paar centimeter meetelt, besliste de Afdeling in deze zaak niet. Zit je in de buurt van de grens, vraag dan een vergunning aan of leg je plan schriftelijk aan de gemeente voor. Twijfel je of jouw bouwsel überhaupt een bouwwerk is, dan kwam die vraag eerder langs in Van boomhut naar kabouterverblijf: wanneer is iets in je tuin een bouwwerk?.
Raad van State, 27 mei 2026. De hoogste bestuursrechter, dus hiertegen staat geen gewoon rechtsmiddel meer open. Lees hier de hele uitspraak: ECLI:NL:RVS:2026:3018: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RVS:2026:3018
De informatie op Grensgids is algemeen van aard en is geen juridisch advies. Gaat het om een eigen situatie? Leg die dan voor aan een advocaat of juridisch adviseur.
Ga je iets bouwen in je tuin? In Grenzen & Gedoe, de basiscursus burenrecht, gaat de module Verbouwen en handhaving over vergunning, handhaving en hoe je een verzoek bij de gemeente indient. De modelbrief handhavingsverzoek zit erbij. Kijk op grensgids.com/cursus.
